terug naar overzicht

(Nieuwe) uitdagingen voor lozers van afvalwater

Danny, Zaakvoerder

Een bestaande of nieuwe lozing van bedrijfsafvalwater mag nooit leiden tot een achteruitgang van de toestand van het waterlichaam waarop wordt geloosd. Deze conclusie kwam er naar aanleiding van het Wezer-arrest van 1 juli 2015 van het Europese Hof van Justitie, en heeft uiteraard grote impact bij de evaluatie van vergunningsaanvragen tot lozing van afvalwater.

Deze problematiek moet gezien worden binnen de bredere doelstellingen die de Europese Unie oplegt via de Europese kaderrichtlijn Water. Deze richtlijn is sinds 2000 van kracht en moet de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater waarborgen. Daaraan zijn doelstellingen gekoppeld die in 2027 door de Lidstaten moeten worden gehaald.

De timing van 2027 én de strenge interpretatie van het Wezer-arrest zorgen ervoor dat Vlaanderen een strenger lozingsbeleid volgt, en dat de Vlaamse administratie deze doelstellingen volop meeneemt bij de advisering van vergunningsaanvragen voor de lozing van afvalwater.

Niet voor niets wordt de lozingsproblematiek ‘het nieuwe stikstof in Vlaanderen’ genoemd.

Kwaliteitsdoelstellingen en lozingsnormen

Om afvalwater te mogen lozen, heb je een omgevingsvergunning nodig waarin debieten en lozingsnormen worden vastgelegd. Deze normen variëren per bedrijf, afhankelijk van factoren zoals debiet, samenstelling van het afvalwater, en plaats van lozing. De lozing van afvalwater door een bedrijf in een kleine beek heeft een grotere impact op deze beek dan een lozing van een bedrijf in een brede rivier. De normen van de beeklozer zullen dan ook strenger zijn. Dit verklaart waarom gelijkaardige bedrijven verschillende lozingsnormen kunnen hebben.

Waterkwaliteit in Vlaanderen

Om de waterkwaliteit te monitoren, heeft de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een uitgebreid meetnet opgezet. In Vlaanderen worden we helaas geconfronteerd met heel wat beken en rivieren die amper voldoen aan de vooropgestelde kwaliteitseisen. Amper 33% van de waterlichamen voldoet aan de norm voor stikstof en slechts 27% haalt de fosfaatnorm. De hoge bevolkingsdichtheid speelt hierbij een grote rol. Met talrijke huishoudens, industrieën en bedrijven dicht op elkaar, vaak in de buurt van natuurgebieden, wordt er op korte afstand veel afvalwater geloosd in dezelfde wateren.

Anderzijds is de zgn. milieugebruiksruimte beperkt: een beek of een rivier heeft maxima in het kunnen verwerken van een vuilvracht. Eens deze is overschreden, zijn extra lozingen niet meer toelaatbaar. Bovendien verbetert de kwaliteit van onze rivieren en beken. Op zich goed nieuws. De keerzijde van de medaille is echter dat hierdoor minder vuilvracht toelaatbaar wordt. De goede kwaliteit mag er immers niet op achteruitgaan.

Dynamische benadering van lozingsvergunningen

Dit betekent geen standstill, maar zorgt er wel voor dat de discussies met de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) een stuk complexer geworden zijn. Bij een hernieuwing is het zeker niet gegarandeerd dat een bedrijf nog dezelfde debieten en/of lozingsnormen kan bekomen. Lozingsnormen worden variabel en bepaald in functie van het debiet in de beek en de graad van verontreiniging.

Buffercapaciteit en hergebruik van afvalwater

Dit zorgt ervoor dat bedrijven steeds meer buffercapaciteit op eigen terrein moeten voorzien om op het gepaste moment te kunnen lozen. Gekoppeld aan het fenomeen ‘verdroging’ en de eis tot buffering van hemelwater wordt dit geen sinecure aangezien zowel regenwater als afvalwater moeten worden opgeslagen voor korte of lange tijd.

Uitdaging voor zuiveringstechnologieën

Om de kwaliteit van afvalwater beter in de hand te houden, merken we dat bedrijven steeds meer moeilijke (rest)vuilvrachten isoleren en afvoeren naar externe verwerkers.

De aangescherpte normen zorgen ervoor dat ook de externe verwerkers steeds meer botsen op bijna onhaalbare eisen. De norm ligt vaak zo laag dat we spreken over nanogram. Vele zuiveringstechnieken kunnen deze normen niet meer halen. Een gekend voorbeeld is het PFAS hoofdstuk, waar zuiveringstechnieken en opgelegde lozingsnormen nog niet in evenwicht zijn.  

Milieu als gebruiksruimte

We evolueren meer en meer naar een evaluatie van ‘milieu’ als een gebruiksruimte. Elk bedrijf krijgt een bepaalde ruimte om te gebruiken (water, geluid, mobiliteit etc.), maar op is op. Het komt er dus op aan om vergunningswijzigingen tijdig aan te vragen. Ook voor afvalwater zien we dit first come, first serve fenomeen zeer snel op ons afkomen. Bedrijven wachten soms langer om vergunningswijzigingen aan te vragen uit vrees voor verstrenging. Dit is zeer begrijpelijk, maar uitstel is niet altijd de beste keuze. We verwachten dat de regelgeving de komende jaren nog verder aangescherpt wordt.

Concrete tips

  1. Voer voldoende metingen uit op verschillende parameters.
  2. Monitor de website van de VMM en de meetpunten in de buurt.
  3. Volg de debieten en concentraties in je vergunning nauwgezet op.
  4. Evalueer de opportuniteit van indiening van een vergunningsaanvraag en stel niet uit.